Degrootste misvatting die er over evolutie bestaat, is dat het een bewezen feitis, waar niet langer aan getwijfeld kan worden.
“De wetenschap is het unaniem eens dat we allemaal vaneen eencellig wezentje afstammen, dat door toevallige mutaties en natuurlijkeselectie is veranderd tot de mens.” Dat is het idee dat massaal verkondigdwordt. Het is iets wat duizenden wetenschappers hevig tegen de borst stoot. Hetis immers een volslagen onwaarheid. De wetenschap heeft evolutie helemaal nietbewezen.
Integendeel: de laatste jaren ontdekt men steeds meerfeiten die duidelijk maken dat evolutie absoluut geen mogelijkheid is voor het ontstaanvan het leven. Genetica en informatica zijn maar twee voorbeelden vanwetenschappen die in de tijd van Darwin nog onbestaande waren, en die een heelnieuw licht op de evolutietheorie geworpen hebben. (Meerhierover vind je bij de links ‘Basisfeiten’)
De massa wordt door een sterke kern van evolutionistengeïndoctrineerd. Dat gebeurt door gebruik te maken van de modernste techniekenin de media, door overstelpend mooie tentoonstellingen de wereld rond te latenreizen, door het onderwijs te infiltreren met zogenaamde wetenschappelijkeinformatie, en door de meest overtuigende natuurdocumentaires te vertonen optelevisie. De macht die achter de verkondiging van de evolutietheorie schuilgaat is enorm.
Het is dan ook niet verwonderlijk dat de meeste mensen dieerdoor beïnvloed worden, rotsvast overtuigd zijn van het ‘feit’ van evolutie.De indoctrinatie is zo krachtig en hardnekkig, dat zelfs heel wat mensen diezelf wetenschappelijk actief zijn, zich erdoor laten sturen.
Ze onderzoeken defeiten niet
en laten zich klakkeloos onderwijzen
door zij die beweren alles goed
op een rijtje te hebben.
Hiermee beweer ik niet dat alle verdedigers vanevolutie sluwe bedriegers zijn. Ik zeg wel dat er geld noch moeite wordtgespaard om een onbewezen theorie, die steeds meer kritiek krijgt, tochwereldwijd als een vaststaand feit te laten verkondigen. Dat wekt veel boosheidop bij hen die op de hoogte zijn van de ware feiten.
Jamaar, er zijn toch bewijzen voor evolutie?
Dat is de boodschap die men met alle mogelijke middelenblijft verkondigen. Maar het is eenvoudigweg niet waar. Ik zeg dat niet zomaar.Geloof me. Het is geen vlaag van zinsverbijstering of een misdadig complot dieme ertoe aanzet zo’n uitspraak te doen. Ik weet waarover ik het heb. Vroegergeloofde ik ook dat de evolutie bewezen was. Ik vond christenen die inschepping geloofden maar domme ganzen, die de feiten niet onder ogen wildenzien.
Het was me toen echter niet duidelijk dat ik juist degenewas die de ware toedracht van de zaak niet kende. Ik was het die me lietindoctrineren, niet de christenen. De enige reden dat ik in evolutie geloofde,was omdat het me van kindsbeen af door media en onderwijs was ingeprent.
Ik wasvoorgeprogrammeerd,
zonder dat ik ooit werkelijk de feiten
achter het verhaal had onderzocht.
Pas toen ik er zelf heel kritisch onderzoek naar begonte verrichten en stapels boeken en tijdschriften las over de zin en onzin vande evolutietheorie, kreeg ik een zicht op de waarheid. Ik viel van de enestomme verbazing in de andere, naarmate mijn onderzoek vorderde.
Zo ontdekte ik bijvoorbeeld dat Darwin allang met de gedachte van evolutie rondliep, nog voor hij erdiepgaand onderzoek naar gedaan had. De gedachte datalle leven op aarde is ontstaan uit iets heel kleins, bestaat immers alduizenden jaren. De oude Grieken kenden deze filosofie al (zonder enignatuurkundig onderzoek). Darwin wilde deze eeuwenoude, ongefundeerde filosofiegewoon in een nieuw kleedje stoppen.
Toen hij op onderzoek trok, was zijn positie dus niet(zoals vaak onterecht beweerd wordt) deze van een objectieve onderzoeker. Hijging op pad als een bevooroordeeld mens, met als doel informatie te vinden die hem zou in staat stellende evolutiegedachte te verspreiden.
Zo werkt het met veel onderzoekers
die ‘bewijzen’ voor evolutie vinden.
Ze zijn wildenthousiast over het idee
dat alles niet door een schepper
is gemaakt.
Met het vuur in hun hart trekken ze erop uit om, kost watkost, die feiten te verzamelen die evolutie kunnen bevestigen. Zo zijn er zelfswetenschappers geweest die zich letterlijk schuldig hebben gemaakt aan bedrog,door zogenaamde eeuwenoude vondsten op te graven, die ze zelf gefabriceerdhadden.
In Engeland was er een vooraanstaand wetenschapper, genaamdCharles Dawson, die in1912 op de proppen kwam met een formidabel ‘bewijs’ voor evolutie. Hij hadzogenaamd de allereerste ‘Engelsman’ ontdekt: eenfossiel overblijfsel van een wezen dat de brug maakte van aapachtige naar mens.
Veertig jaar lang werd deze buitengewone ontdekking door dewetenschap toegejuichd als het ultieme bewijs voor evolutie. Hij werd de’Piltdown-mens’ genoemd. In het Britisch Museum te Londen werd eenindrukwekkende pop gemaakt van deze aapmens, die vervolgens bewonderd werdendoor ademloze toeschouwers uit de hele wereld.
Henry Fairfield Osborn, eenberoemd expert
op dit gebied, noemde deze vondst:
"…een ontdekking van onmeetbaar
belang voor de prehistorie van de mensheid." (Stephen Jay Gould, ‘SmithWoodward’s Folly’, New Scientist, February 5, 1979, p. 44)
Eén van de grootste anatomen van de twintigste eeuw, Sir Arthur Keith, schreef een gekendboek, ‘The Antiquity of Man’, waarin deze aapmens van Dawson centraal staat.Zo’n vijfhonderd verschillend doctorale scripties werden gewijd aan ditbuitengewone ‘bewijs’. De wereld stond op zijn kop!
Pas na veertig jaar ontdekte een groep onderzoekers eenheel andere kant van het verhaal: Kenneth Oakley,Joseph Weiner en Wilfred Le Gros Clark ontmaskerden deze ‘aapmens’ als eenregelrechte vervalsing. Veertig jaar later pas!
Het bleek een combinatie te zijn van een menselijke schedelmet een kaak van een aap, die door chemische middelen bijgewerkt waren, om eroud uit te zien. (Op internet kun je heel watinformatie over dit bedrog vinden.)
Dat voorbeeld laat de kriktiekloze houding zien, die eengroot deel van de wetenschappelijke wereld tentoonspreidt, als het gaat omevolutie. Het trieste is dat deze ‘prehistorische mens’ allang en breed zijnplek verworven had in de boeken van het onderwijs, waar hij nog vele jaren rustigin is gebleven.
Het’bewijs’ van Darwin
Een ander voorbeeld van de klakkeloze manier waarop veelmensen ‘feiten’ over evolutie aannemen en doorvertellen, is het verhaal vanDarwin over ‘overleving van de sterkste’. Dat is zogezegd het grote bewijs voor evolutie.
Darwin trok op onderzoek naar de Galapagos-eilanden. Daartrof hij iets aan wat hem in staat stelde de leer van evolutie weer aannemelijkte maken. Wat zag hij? Dat er per eiland vinken leefden, die waarschijnlijk eenzelfde voorouder hadden gehad. Uitdat voorouderpaar waren heel wat varianten ontstaan. Op het ene eiland waren de vinken groot en hadden zeeen kromme bek, terwijl op het andere eiland de vinken klein waren en eensmalle bek hadden.
Deze vinken waren blijkbaar aangepast
aan de omgeving waar ze vertoefden.
Darwin ontdekte het principe van ‘overleving van desterkste’. Een basissoort heeft de mogelijkheid om verschillende variantenvoort te brengen. De variant die het best past in een bepaalde omgeving houdthet vol, en de minst aangepaste variant sterft uit.
Darwin zag daarin het grote bewijs voor evolutie, waar hijnaar op zoek was. Hij kwam tot de conclusie dat door ‘overleving van desterkste’ alle levende soorten op aarde ontstaan moesten zijn. Op basis vanDarwins nieuwe inzicht werd een nieuwe versie van de evolutietheorie de wereldingestuurd, in de vorm van zijn bekende boek ‘Oorsprong der soorten’. Het werdmet luid gejuich verwelkomd.
Pas en hele tijd later ontdekten andere wetenschappers datDarwin en zijn navolgers een ontzettende observatiefout maakten.
Hetgeen Darwin waarnam was niets meer dan variatie. Datheeft niets te maken met evolutie.
Hetgeen Darwin waarnam was niets meer dan variatie van eenbestaande soort.
Dat heeft niets te maken met evolutie, oftewel het ontstaanvan een compleet nieuwe basissoort.
Anders gezegd: Darwin observeerde de herschikking van aanwezige genetische informatie binnen eenbasissoort. De vinken kregen wel nakomelingen die eriets anders uitzagen, maar het bleven van de eerste tot de laatste gewoonvinken! Ze werden niet ineens een heel ander wezen. Er was interne variatie binnen het type vink,niet de overgang naar een hogere en meer complexe levensvorm, zoals evolutieveronderstelt.
Je kunt het heel eenvoudig vergelijken met een doos metblokjes erin. De doos stelt een basissoort voor en de blokjes zijn de genen. (Basissoorten zijnbijvoorbeeld katachtigen of hondachtigen.) Als je de doos schudt, zullen deblokjes telkens in een andere volgorde komen te liggen. Het geheel ziet erdaardoor iets anders uit.
Maar hoe anders de blokjes ook komen te liggen, tochblijven ze liggen in dezelfde doos. Er is variatiemogelijkheid, maar er is een duidelijke en sterkebegrenzing: de doos.
Deze nadrukkelijke begrenzing
is ook aanwezig bij planten en dieren.
Hoe verschillend de vinken
er ook uitzien, het blijven vinken!
Evolutie is iets totaal anders. Het zou in de illustratievan de doos inhouden dat de doos zelf verandert, in bijvoorbeeld een kristallenvaas. Dat is in essentie wat evolutie beweert: dat iets verandert in ietstotaal anders. Volgens evolutie zijn vissen veranderd in alle huidigezoogdieren en vogels. Dat kan niet vergeleken worden met een vink die eennakomeling krijgt met een grotere snavel. Zie je het grote verschil?
Ik zal het nog beter uitleggen. Elk levend wezen heeft eenhoeveelheid erfelijke informatie, opgeslagen in de genen. Deze informatie is enorm rijk en kan door mutaties ietwat gewijzigd worden. Het is als eenbasisverzameling mogelijkheden, die onder invloed van bepaalde omstandighedenkan veranderen. Zo kunnen er uit een bepaalde diersoort, zoals het paard, heelwat verschillende varianten voortkomen. Grote en kleine, dikke en slanke,gevlekte en bruine paarden. De ene soort is krachtig en snel, de anderekwetsbaar en lui.
Maar dit moet je goed beseffen:
hoeveel verschillen deze paarden
onderling ook vertonen, ze blijven
allemaal binnen de basissoort ‘paard’.
Die variatiemogelijkheid is eigen aan alle levendeorganismen op aarde. Er bestaan tientallen varianten op het thema ‘katachtige’en ‘hondachtige’. Soms zijn die varianten zeer groot. Maar ze blijven tochbinnen hun grenzen. Een katachtige zal nooit ineens een hondachtige worden.
Dat is dus het principe van variatie. Het is precies datwat Darwin opmerkte in zijn onderzoek. Darwin maakte de fout dat hij variatiezag en dacht dat hij evolutie waarnam. Variatie is niets meer dan het wijzigenvan de bestaande informatie die zich in de genen bevindt. Evolutie heeft veelmeer nodig, namelijk de toevoeging van geheel nieuwe genetische informatie.
Evolutie is geen variatie
op een bestaand thema.
Het is het tot stand zien komen
van een compleet nieuw thema.
Volgens de evolutietheorie zijn alle zoogdieren en vogelsvoortgekomen uit de vissen. Nou, het verschil tussen een vis en een mens isgigantisch. Of het verschil tussen een paard en een vis, een leeuw en een vis,een olifant en een vis, enz. Dat soort verschillen zijn van een oneindig veelhoger niveau, dan enkel een iets andere snavel van een vinkesoort. Snap je?
Maar wat doen de meeste verdedigers van evolutie en watdeed Darwin? Zij wijzen op de vinken met verschil in grootte en zeggen: zie jewel? Dat is evolutie. De meeste mensen denken niet verder na, zien enkel wat zevoorgeschoteld krijgen door de ervaren ‘experts’ en slikken het door. Op diemanier is de evolutietheorie massaal verspreid geworden.
Is de evolutietheorie bewezen?
Volgens hen die het verschil niet
kennen tussen variatie en evolutie wel.
Maar het bewijs is er alleen in hun verwarde verstand. Wantin werkelijkheid bestaat evolutie niet. Het enige wat bestaat is uitgebreidevariatie, binnen de begrenzing van een basissoort.
De ernstige fout die veel wetenschappers nog steeds maken,is dat ze het vers verschil tussen variatie en evolutie niet onderkennen.Variatie wordt als bewijs voor evolutie onderwezen, terwijl het er niets mee temaken heeft.
Het is eigenlijk heel bizar, dat iets wat zo helder is enzo duidelijk uitgelegd kan worden, toch door zo weinig mensen geweten is. Hetgevolg is enorm: een onbewezen en zelfs onbewijsbare theorie wordt wereldwijdonderwezen als zijnde een vaststaand feit, waar geen gezond denkend mens nogaan twijfelt.
Ik hoop maar dat jij die dit leest, niet hetzelfde zult doenals zo velen en dat je het zult negeren. Wees eerlijkmet de feiten die je aangereikt krijgt en doe er iets mee.

Beknopt:
Variatie is het wijzigen van
de bestaande genetische informatie
van een basissoort.
Evolutie is het toevoegen van
enorme hoeveelheden nieuwe
genetische informatie.
Deze twee zaken zijn oneindig ver
van elkaar verwijderd.
Het ene is inderdaad bewezen.
Het andere niet.

Lees het boek ‘Er klopt niks van!’,
waarin je veel meer informatie vindt
over de onmogelijkheid van evolutie.
Vlot leesbaar en rijk geïllustreerd.